Keerzijde van Overlevingskansen

GASTBLOG: Marlous van Rosmalen

Ik ga naar een psycholoog. Ik vraag me af waarom. Ze heeft, schat ik, het aantal woorden gesproken dat op één hand is te tellen. Niet letterlijk, maar in de praktische waarde van haar aandeel wel. Ik praat. En praat. En praat. En praat. Ik vergeet te ademen. Mij daarop attent maken was haar belangrijkste aandeel in het geheel. En haar toevoeging dat wie niet ademt, niet voelt.

Inmiddels adem ik weer. En leef ik op een bepaalde manier weer. Het overleven wordt minder. Het overgeleverd zijn niet. Overgeleverd zijn aan wat ik ‘het monster in mij’ noem. Het monster dat zich voedde met de negatieve energie die de behandelingen deed vrijkomen. Het monster dat al mijn energie onttrok in mijn poging het de kop in te drukken. Zo’n tigkoppige draak die ik voorheen hoofdzakelijk associeerde met een laatste level in een computergame. Waar ik als kind ook al hard voor wegrende. Niet eens aan begon. Maar aan deze game met mijn leven als inzet ben ik begonnen, gedwongen, en er zijn twee mogelijkgeden. Game over. Of leven na het verslaan van de draak.

Zijn koppen zijn nauwelijks te tellen. TAC 1, TAC 2, TAC 3, TAC 4, TAC 5, TAC 6, bestraling 1, bestraling 2 en voor ik een ieder verveel, tel maar door tot 21 en tel de letters van alle woorden van pijn en verlies uit mijn verhaal. Dat komt in de richting.

Er tekent zich een contour van een leven af. Juist in die contour wordt zichtbaar wat ontbreekt, wat anders is. Als een schaduwrijke afgeleide van wat mijn leven bevatte voor ook nog kanker opdoemde.

De chemokuren en bestralingen leverden me een acht procentpunten grotere overlevingskans. Maar het begint langzaam tot me door te dringen dat het leven van waar ik uitging, niet het leven is dat werd ingezet. Ik vind het moeilijk om toe te geven, op te schrijven, maar steeds vaker hoor ik een heel klein stemmetje vragen “was dit leven die acht procentpuntjes waard?”. Ben ik niet veel meer dan acht procentpuntjes verloren op andere vlakken dan leven. Ik leef, technisch gezien honderd procent vandaag de dag. Maar ik leverde ook in. Dat beseffen doet pijn, doet verdriet, doet het monster roeren dat in me huist. Het monster dat ik vrees. Het monster dat ook de kracht is waarmee ik me door de game worstelde. Vooruitkijkend zal het me inhalen en vermorzelen. Ik zal me moeten omdraaien en het in de ogen moeten kijken. Maar waar kijk ik als ik met zoveel ogen te maken heb.

Tegen kanker heb ik niet gevochten. Ik kan dat niet zo zien. Ik heb geleden, verdragen, me verzet tegen passiviteit door me overal tegenaan te bemoeien. Maar passief was ik, ik onderging de behandeling en onderga de gevolgen. Vechten kan ik nu pas. Niet tegen kanker, maar in de verwerking van wat de behandeling met me heeft gedaan en van me heeft gemaakt. Vechten voor iemand die ik niet ken, maar die mij heet. Ik wil mij terug. Ik wil het monster uit mijn lichaam slaan. Erkennen dat kanker overleven ook heel zwaar is. En eenzaam.

Ik hoorde het mezelf zeggen. Tegen de psycholoog. “Ik weet niet of kanker overleven de betere optie voor me was”. Waarmee ik niet zei dat ik dood wilde gaan aan kanker, alles behalve, maar waarmee ik een poging waagde woorden te geven aan hoe een zwaar proces dit was en is en hoe hoog en steil de berg is die ik beklom en beklim.

Ik hoop boven te komen en uit te kijken. Om te kijken en de draak te verslaan.
Inmiddels verder in mijn proces vrees ik de draak minder dan game over.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s